| NAC | Voormalig vervenershuisje aan de Hogeweg. Nu 'Bed&breakfast' van Staatsbosbeheer |
Grote vuurvlinderLycaena dispar ssp BatavaDeze zeldzame vlinder is de grootste ondersoort van de Vuurvlinders. Hij komt nog voor in de Rottige Meenthe, Weerribben en Wieden. Verder nergens anders op de hele wereld! De levenswijze van de Grote vuurvlinder is als volgt: eitjes worden in de zomer gelegd op de voedselplant: Waterzuring, de rupsjes eten tot half september, gaan dan in winterrust. Ze verkleuren, krijgen precies dezelfde kleur als de plant waarop ze leven en kruipen goed weg tussen de omgekrulde randen van de dode bladeren. Niet te vinden dus. Omstreeks half april worden ze weer wakker en beginnen te eten en te groeien. Dan verpoppen ze, nog steeds opdezelfde plant. Daartoe spint de rups een matje van zijde op een blad, maakt zich vast met een gordeldraad en zijn huid wordt dan hard. Ongeveer vanaf begin juli komen de vlinders uit de pop. Mannetjes bezetten een territorium van wel een hectare groot. Als er een vrouwtje in de buurt komt dat nog niet gepaard heeft, kan er een bruidsvlucht volgen: ze vliegen in grote cirkels om elkaar heen buitelend door de lucht. Na de paring die meer dan een half uur duurt, kan het vrouwtje eitjes leggen. Ook als de zomer niet zo goed is en als er maar net genoeg bloemen zijn waaruit de vlinders nectar kunnen peuren, leggen ze nog voldoende eitjes om het voortbestaan van de soort te garanderen. Toch gaat het de laatste jaren helemaal niet goed met dit fraaie diertje. |
|
Voortbestaan van de kostbare Vuurvlinder is geheel afhankelijk van het toevallig overleven op een plekje dat met maaien is overgeslagen of van goedwillende beheerders of rietsnijers die de planten met rupsen laten staan. Er om heen maaien is echter lastig en tijdrovend werken en ze moeten dat op eigen kosten doen. Er staat geen vergoeding voor de extra tijd en het niet-gemaaide riet tegenover. Degenen die dat doen verdienen een dikke pluim. Er gaat nog veel onnodig verloren. Ik weet dus wel een mooie bestemming voor het geld van de Stichting Vrienden van de Weerribben. Deze Stichting heeft zichzelf opgeheven en het geld overgedragen aan het Overijssels Landschap. Het lijkt me zeer toepasselijk als dit geld gebruikt zou kunnen worden voor de bescherming van de Grote vuurvlinder. De Vlinderstichting heeft samen met diverse onderzoekers een actieplan voor de Grote Vuurvlinder opgezet. Dat voorziet in het open water maken op de plaatsen waar de verlanding ver is voortgeschreden. De laatste jaren zijn er (voornamelijk om andere redenen) veel nieuwe sloten gemaakt met een speciaal daarvoor ontworpen machine: de "kraggenvreter". Deze nieuwe sloten tonen echter nog geen tekenen van op gang komende verlanding. Het zal op zijn minst enkele decennia duren voordat die nieuwe sloten weer geschikt zijn voor de Grote vuurvlinder. Ondertussen zijn er korte-termijn maatregelen dringend noodzakelijk. Vooral het niet-afmaaien van de planten waarop de rupsen en poppen zitten. Het is ook van belang dat beheerders beter voorgelicht worden. Er zijn nog steeds mensen die zeggen dat je toch niet een stukje Riet kunt laten staan omdat er toevallig een paar eitjes van de Grote vuurvlinder op zitten (Dit is een citaat van iemand die een sleutelfunctie heeft bij het Overlegorgaan Nationaal Park). Dit staat wel in schril contrast met de algemene aanvaarding van het bestaan van weidevogelbescherming door middel van nestbeschermers. De veel zeldzamere Grote vuurvlinder moet met al onze intensieve beheersmaatregelen zelf maar zien te overleven! |
|
| Foto: bladzij uit Aan Tafel van Albert Heyn.
Het komt steeds meer in de mode: zaken met 'wilde' ervoor. Biologisch eten en zelfs eten uit de natuur. Albert Heyn bracht onlangs een blad uit met daarin een artikel over een restaurant in NW Overijssel waar wilde planten op het menu staan. Op een foto ziet men de kok bezig met plukken. Uit het artikel valt op te maken en ook de foto laat het zien dat dit in of nabij een natuurgebied gebeurt. Kennelijk heeft de goede kok geen bal verstand van de natuur want de plantennamen die in het artikel genoemd worden zijn al verkeerd. 'Wilde waterkers' heet niet zo en 'Wilde zuring bestaat ook niet'. Erg is dit natuurlijk niet. Wat wel erg is dat er een heel verkeerd voorbeeld wordt gegeven in dit artikel. Roven uit de natuur kan en mag niet meer . De mens heeft voor zichzelf het allergrootste deel van het landschap in bezit genomen. Op het kleine restje wat wij ongemoeid laten (natuurvriendelijke tuinen en natuurgebieden), moeten alle andere soorten het maar mee zien te doen. Als men gaat stropen in de natuur hebben die zeldzame beestjes het nog eens te moeilijker met overleven. Op de planten die op deze foto geplukt worden, zijn vlinders en allerlei andere dieren van afhankelijk. Alleen al op de Waterzuring komen allerlei soorten insecten voor: de allerzeldzaamste vlinder die Nederland kent (eigenlijk zou die plant wettelijk beschermd moeten zijn). Al plukkende neemt de kok misschien wel eitjes van die vlinder mee.En als men voor een restaurant plukt, heeft men aan een paar blaadjes vast niet genoeg. verder zitten er larfjes op van diverse soorten Kevertjes, Haantjes (o.a. het prachtige metallic-groene Zuringhaantje) en ook bladwespen (die eten blad en steken niemand). Van de nectar van de bloemen van de Watermunt zijn de Zilveren Manen (vlinders) afhankelijk en zo zal er nog wel veel meer zijn wat verstoord wordt door de stroperijen van genoemde kok. |