weerribben

Het nationaal park de Weerribben is een natuurgebied bestaand uit moerasbos, rietland, sloten, vaarten en hooiland.
De waarde van het gebied mag blijken uit het feit dat het zelfs een Europees diploma heeft gekregen. Toch is de vorm sterk door menselijke aktiviteiten beinvloed. Vroeger was dat het turfsteken, tegenwoordig rietteelt en andere beheersmaaregelen die er op gericht zijn de soortenrijkdom van het gebied te behouden.
Bij het turfsteken ontstonden de sloten, die trekgaten heten omdat de turf er uit "getrokken" werd met een baggerbeugel. Hier noemt men de trekgaten "weren". Op de smalle stroken land, die bij het turfsteken overbleven, werd de turf gedroogd. Die stroken heten "ribben". En ..inderdaad daar komt de naam "weerribben vandaan"
Het gebied is voornamelijk eigendom van Staatsbosbeheer. Dit wordt deels verpacht aan riettelers, deels door Staatsbosbeheer zelf beheerd. Beheersmaatregelen zijn o.a. rietsnijden, maaien, bomen kappen, plaggen, open water maken. Het riet wordt in de winter gemaaid. Vroeger gebeurde dit met de rietsnit, een soort kleine zeis. Later kwam de maaibalk in gebruik en de laatste jaren ziet men steeds meer maaien met de zogenaamde zelfbinder. Allerlei organisaties binnen het gebied hebben regelmatig contact in het Overlegorgaan Nationaal Park De Weerribben.
NAC Voormalig vervenershuisje aan de Hogeweg. Nu 'Bed&breakfast' van Staatsbosbeheer
Er is een bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer: het Natuur Activiteiten Centrum (NAC). Men kan daar een tentoonstelling over het natuurgebied bekijken en deelnemen aan excursies per 'fluisterboot', kano, fiets of te voet.

Excursies

Excursies worden door Staatsbosbeheer of IVN georganiseerd. Hierover kan men informatie krijgen (en/of boeken) bij de balie van het VVV die zich binnen het NAC bevindt (telefoon:0561-477743). Men kan er in het gebied natuurlijk zelf op uit per fiets of kano of te voet. Er zijn diverse routes uitgezet. In de dorpen in het gebied zijn kano's, fluisterboten of fietsen te huur



Grote vuurvlinder

Lycaena dispar ssp Batava

Deze zeldzame vlinder is de grootste ondersoort van de Vuurvlinders. Hij komt nog voor in de Rottige Meenthe, Weerribben en Wieden. Verder nergens anders op de hele wereld!
De levenswijze van de Grote vuurvlinder is als volgt: eitjes worden in de zomer gelegd op de voedselplant: Waterzuring, de rupsjes eten tot half september, gaan dan in winterrust. Ze verkleuren, krijgen precies dezelfde kleur als de plant waarop ze leven en kruipen goed weg tussen de omgekrulde randen van de dode bladeren. Niet te vinden dus. Omstreeks half april worden ze weer wakker en beginnen te eten en te groeien. Dan verpoppen ze, nog steeds opdezelfde plant. Daartoe spint de rups een matje van zijde op een blad, maakt zich vast met een gordeldraad en zijn huid wordt dan hard. Ongeveer vanaf begin juli komen de vlinders uit de pop. Mannetjes bezetten een territorium van wel een hectare groot. Als er een vrouwtje in de buurt komt dat nog niet gepaard heeft, kan er een bruidsvlucht volgen: ze vliegen in grote cirkels om elkaar heen buitelend door de lucht. Na de paring die meer dan een half uur duurt, kan het vrouwtje eitjes leggen. Ook als de zomer niet zo goed is en als er maar net genoeg bloemen zijn waaruit de vlinders nectar kunnen peuren, leggen ze nog voldoende eitjes om het voortbestaan van de soort te garanderen. Toch gaat het de laatste jaren helemaal niet goed met dit fraaie diertje.
Er zijn mogelijk verschillende oorzaken voor de achteruitgang. Milieuvervuiling, verdroging, verzuring en verdergaande verlanding van geschikte levensgebieden worden genoemd.
De plaatsen waar de vlinder de benodigde Waterzuring vindt, zijn voedselrijke en natte, niet-zure plaatsen waar ooit turf gestoken is, maar die in de loop der tijd zijn dichtgegroed (=verland). Er zijn minder geschikte plaatsen voor de vlinder overgebleven. Verder is uit de beschrijving van de levenwijze van de vlinder al duidelijk dat er tijdems de eilegperiode voldoende bloeiende nectarplanten moeten zijn om in leven te kunnen blijven en dat de planten waarop de rupsen leven, niet afgemaaid moeten worden. Dit heeft duidelijk rechtstreeks verband met het beheer door middel van maaien en rietsnijden. De laatste jaren wordt er veelvuldig onderzocht hoeveel en op welke plaatsen er eitjes gelegd worden.
Bescherming Komende zomer wordt er een weer een zeer uitgebreid onderzoek naar de ei-afzet gedaan door Staatsbosbeheer, Vlinderstichting en vrijwilligers. We weten dus wel waar eitjes en rupsen zitten. De vlinder is wettelijk beschermd, dat wil zeggen dat je ze niet mag vangen of vervoeren, maar er is geen enkele wet of regel die de vlinder bescherming geeft tegen vernietiging. Dit is anders dan bij Vogelrichtlijnen en dergelijke: in de vogelbroedtijd wordt niet gemaaid, terwijl die vogels veel minder zeldzaam zijn dan de vlinders. Afmaaien van voedselplanten en het gebruikelijke ter plekke verbranden van maaisel, kunnen grote schade toebrengen aan de wankele vlinderpopulatie.

Vroeger werd maaisel gebruikt als veevoer en bladriet kon in de bollenteelt gebruikt worden. Men heeft berekend dat het vervoer te duur is om maaisel te gebruiken. Daarom wordt alles verbrand. Ieder jaar worden veel brandplekken gemaakt. Meestal niet op dezelfde plaatsen als voorgaande jaren. Op die plaatsen zijn er geen zeldzame planten meer zoals OrchideeŽn en zeker geen rupsen van de Grote vuurvlinder. Er zijn proeven gedaan om het maaisel af te voeren en energie te winnen uit het verbranden, maar die hebben nog niet tot resultaat geleid.

Voortbestaan van de kostbare Vuurvlinder is geheel afhankelijk van het toevallig overleven op een plekje dat met maaien is overgeslagen of van goedwillende beheerders of rietsnijers die de planten met rupsen laten staan. Er om heen maaien is echter lastig en tijdrovend werken en ze moeten dat op eigen kosten doen. Er staat geen vergoeding voor de extra tijd en het niet-gemaaide riet tegenover. Degenen die dat doen verdienen een dikke pluim.
Er gaat nog veel onnodig verloren. Ik weet dus wel een mooie bestemming voor het geld van de Stichting Vrienden van de Weerribben. Deze Stichting heeft zichzelf opgeheven en het geld overgedragen aan het Overijssels Landschap. Het lijkt me zeer toepasselijk als dit geld gebruikt zou kunnen worden voor de bescherming van de Grote vuurvlinder. De Vlinderstichting heeft samen met diverse onderzoekers een actieplan voor de Grote Vuurvlinder opgezet. Dat voorziet in het open water maken op de plaatsen waar de verlanding ver is voortgeschreden. De laatste jaren zijn er (voornamelijk om andere redenen) veel nieuwe sloten gemaakt met een speciaal daarvoor ontworpen machine: de "kraggenvreter". Deze nieuwe sloten tonen echter nog geen tekenen van op gang komende verlanding. Het zal op zijn minst enkele decennia duren voordat die nieuwe sloten weer geschikt zijn voor de Grote vuurvlinder. Ondertussen zijn er korte-termijn maatregelen dringend noodzakelijk. Vooral het niet-afmaaien van de planten waarop de rupsen en poppen zitten. Het is ook van belang dat beheerders beter voorgelicht worden. Er zijn nog steeds mensen die zeggen dat je toch niet een stukje Riet kunt laten staan omdat er toevallig een paar eitjes van de Grote vuurvlinder op zitten (Dit is een citaat van iemand die een sleutelfunctie heeft bij het Overlegorgaan Nationaal Park). Dit staat wel in schril contrast met de algemene aanvaarding van het bestaan van weidevogelbescherming door middel van nestbeschermers. De veel zeldzamere Grote vuurvlinder moet met al onze intensieve beheersmaatregelen zelf maar zien te overleven!


Zeldzame vogels

Een van de zeldzame vogelsoorten is de Purperreiger. Er broedde ooit een flinke kolonie ervan in de Weerribben. Ze nestelden in bomen die op een hoogte van ongeveer drie meter waren afgezet, zo meldt een kenner. Nu worden ze nog maar zelden gezien. De maatregel is dus heel eenvoudig: bomen afzagen. De veronderstelling dat er zogenaamd waterriet nodig is voor de Purperreiger berust op een misverstand. Nog een soort die sterk verminderd is: Zwarte stern. Er zijn, zegt men minder geschikte plaatsen voor deze vogels om te broeden. Een belangrijke factor is m.i. ook de recreatiedruk. Langs een van de kolonies Zwarte sterns is een kanoroute uitgezet. Het kan niet toevallig zijn, dat de Sterns nu zijn verdwenen. Ik herinner me nog dat we er langs kwamen met de kano en dat de vogels probeerden ons te verjagen. Ze vlogen steeds in duikvlucht over ons heen en pikten ons zowat in onze kuif. Op zo'n moment zijn die dieren dus niet bezig met voedsel verzamelen voor hun jonkies. Sinds die tijd is de recreatie flink toegenomen en de onrust zal de vogels heus geen goed gedaan hebben.

Planten

Er komen 3 soorten orchideeŽn voor in de Weerribben. Van belang voor het behoud van deze soorten is het laat in de zomer of in de herfst maaien, zodat de planten voldoende tijd hebben om zaad te vormen.
Verder zijn er natuurlijk vele soorten die ook de moeite waard zijn. Een heel handzaam en handig boekje is de Bloeikalender van Frans van Niel en Albert Keulen. Hier staan alle planten in die in de Weerribben voorkomen , gerangschikt naar bloeitijd. Mogelijk zijn er nog exemplaren te krijgen bij het NAC.

Plukken?

Foto: bladzij uit Aan Tafel van Albert Heyn.
Het komt steeds meer in de mode: zaken met 'wilde' ervoor. Biologisch eten en zelfs eten uit de natuur. Albert Heyn bracht onlangs een blad uit met daarin een artikel over een restaurant in NW Overijssel waar wilde planten op het menu staan. Op een foto ziet men de kok bezig met plukken. Uit het artikel valt op te maken en ook de foto laat het zien dat dit in of nabij een natuurgebied gebeurt. Kennelijk heeft de goede kok geen bal verstand van de natuur want de plantennamen die in het artikel genoemd worden zijn al verkeerd. 'Wilde waterkers' heet niet zo en 'Wilde zuring bestaat ook niet'. Erg is dit natuurlijk niet. Wat wel erg is dat er een heel verkeerd voorbeeld wordt gegeven in dit artikel. Roven uit de natuur kan en mag niet meer . De mens heeft voor zichzelf het allergrootste deel van het landschap in bezit genomen. Op het kleine restje wat wij ongemoeid laten (natuurvriendelijke tuinen en natuurgebieden), moeten alle andere soorten het maar mee zien te doen. Als men gaat stropen in de natuur hebben die zeldzame beestjes het nog eens te moeilijker met overleven. Op de planten die op deze foto geplukt worden, zijn vlinders en allerlei andere dieren van afhankelijk. Alleen al op de Waterzuring komen allerlei soorten insecten voor: de allerzeldzaamste vlinder die Nederland kent (eigenlijk zou die plant wettelijk beschermd moeten zijn). Al plukkende neemt de kok misschien wel eitjes van die vlinder mee.En als men voor een restaurant plukt, heeft men aan een paar blaadjes vast niet genoeg. verder zitten er larfjes op van diverse soorten Kevertjes, Haantjes (o.a. het prachtige metallic-groene Zuringhaantje) en ook bladwespen (die eten blad en steken niemand). Van de nectar van de bloemen van de Watermunt zijn de Zilveren Manen (vlinders) afhankelijk en zo zal er nog wel veel meer zijn wat verstoord wordt door de stroperijen van genoemde kok.

Kopen

Als men deze of andere wilde plantensoorten wil hebben: ze zijn te koop en makkelijk zelf te kweken. Hier een paar heel goedkope en goede adressen:
Planten zijn o.a. te krijgen bij wildeplantenkwekerij de Heliant te Appelscha.
Zaden bij o.a.
'De Hoornbloem' en bij KNNV-Delft Zaden van de Waterzuring kan ik u eventueel leveren uit eigen tuin. Roven uit de natuur hoeft dus niet!
De Kerkuil en de muizen
Afgelopen winter heeft er een Kerkuil in onze open schuur gezeten. Het was een paalzitter: hij zat boven op een verticale balk met met zijn kopje tegen een dwarsbalk geleund de hele dag te dutten. Altijd op dezelfde paal. We konden zijn 'gezicht' net zien en de fraaie tekening van de borstveren. Af en toe knipoogde hij even, ging wat verzitten en dutte weer verder We hebben hem een paar keer in de schemering zien vertrekken om te gaan jagen. We raakten gehecht aan het beestje. Ondanks dat het overlast gaf: de hele boel ondergescheten, een hele hoop braakballen . Het wasgoed moest ik voortaan maar ergens anders hangen. We kwamen op het idee om in het huis een gat in de gevel te hakken en een stuk van de zolder af te timmeren en een echte Uilenkast te plaatsen. De heren De Jong en Engelsman van e Kerkuilenbescherming Steenwijk e.o.(K.B.S.) gaven advies over plaats, grootte van het gat enz. Wij aan het werk. Na twee dagen hadden we een waar uilenparadijsje voor elkaar met een broedkast van de K.B.S. Maar de uil...Toen het voorjaar werd, bleeft hij steeds vaker en langer weg. Ondertussen had Ton Bode (Een der auteurs van Zoogdierenatlas) de braakballen uitgepluisd en de muizenresten eruit gedetermineerd. Hij schreef: ...De braakballen die ik van jullie in november ontving (7 stuks) hadden de volgende inhoud:-
-Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) 5
-Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) 1
-Dwergspitsmuis (Sorex minutus) 1
-Veldmuis (Microtus arvalis) 10
-Aardmuis (Microtus agrestis) 6(
De braakballen die in februari vn jullie ontving (21stuks) hebben de volgende inhoud:
-Gewone bosspitsmuis 21
-Bosspitsmuis sp. 1
-Dwergspitsmuis 8
-Waterspitsmuis (Neomys fodiens) 1
-Huisspitsmuis (Crocidura russula) 4
-Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) 2
-Veldmuis 27 -Aardmuis 12 -Woelrat (Arvicola terrestris) 1
-Dwergmuis (Micromys minutus) 2
-Bosmuis (Apodemus sylvaticus) 1
11 soorten is een leuk resultaat. Het geeft goed weer wat er in jullie omgeving aan kleine knaagdieren en insecteneters voorkomt...." Deze zomer was de uil er niet meer. Op een warme dag, terwijl we lekker in de tuin zaten, hoorden we steeds paniekgeluiden van Merels Uiteindelijk gingen we maar eens kijken wat de oorzaak was van het gekrakeel. Het bleek de uil te zijn. Als een witte schim vloog hij de schemering in. Dat is het laatste wat we van hem hebben gezien. Nu hebben we de Vlier , die misschien het zicht op het invlieggat van het uilenpaleis belemmert, gesnoeid. We blijven hopen.



Foto's en illustraties: Ger de Haan en Anneke de Vries
terug
naar pagina van 'Natuurlijk Overijssel'